Leven-Vriendschap-LiefdeTeksten

Pesten – Altijd tegen pesten !

Weggekropen in een hoekje, zo kan ik me een groot deel van mijn jeugd herinneren.
Heel mijn lagere schooltijd werd ik gepest omdat ik de kleinste van de klas was.
Dat kwam niet zomaar – ik had groeihormoon te kort en kreeg daarvoor in totaal meer dan 2500 inspuitingen, soms 3 keer per week. Mijn rechter bil was na een tijdje een stuk marmer geworden waar de fijnste naald op kapot ging.
Men schatte dat ik zonder injecties 1 meter 20 zou worden. Ondertussen ben ik eens 1m69 – geweest – nu opnieuw aan het krimpen. Zelf ben ik superblij met het resultaat. Het heeft me geholpen om meerdere jeugdtrauma’s te verwerken.

De stap van kleuterschool naar lagere school was ontzettend groot.
In die kleuterklas had iedereen nog zin om te spelen. Ik was iets kleiner dan de rest, maar had toen altijd het gevoel erbij te mogen horen, te kunnen spelen met mijn leeftijdgenoten.
Het was de meester van het eerste leerjaar die me in de basisschool verwelkomde met de naam Pirreke – ik haatte die naam sinds het moment dat hij voor het eerst uitgesproken werd – Hij doet me nu nog steeds denken aan een klein vervelend ondeugend weinig betekenend kind, een naam die me de daaropvolgende 6 jaren zou blijven achtervolgen.
Hij heeft voor diepe inkervingen gezorgd en een pak onbesproken littekens nagelaten.
In mijn verbeelding was Pirreke een regenworm die voortdurend op de vlucht was om vijanden voor te zijn, diep in de grond. Een dier zonder ogen, terwijl ikzelf net als iedereen de wereld wou zien.
Dit leven paste niet bij mij. Ik verstopte me in de nissen van de schaduw, zoals bijna elke andere voorbijgaande dag

Elke dag was anders
Ik herinner me nog goed toen er een rat over de speelplaats holde. Iedereen stormde haar achterna en ik deed natuurlijk mee want er steeds bij horen, dat was wat ik echt wilde. Ze passeerde voor mijn voet en ik ga haar een enorme trap met de linkse. De rat kwakte tegen de muur en verloor het leven. Voor sommigen was ik een held, voor de meeste andere kinderen de beestenbeul die een leven had ontnomen.

Op fuiven kreeg ik wel vaker klop. Stoere gasten hadden het immers steeds op de kleinere jongens gemunt en telkens wanneer de punkmuziek door de boxen gonsde, haalde men de lilliputters naar de dansvloer waarna ze van hier naar daar werden geduwd, op de grond werden getrokken en in mekaar werden gestampt.
Ik herinner me nog heel goed die avond toen ik tegen de nadar gedrukt stond. Ik hoopte dat ik aan hun aandacht was ontsnapt, maar niets was minder waar.
Ze hadden me gezien. Ik hield me zo stevig mogelijk aan de balustrade vast en terwijl ze me wilden komen halen zei ik al grappend dat ik nu even geen tijd had om te vechten. Dat beetje humor had ik toen beter niet gebruikt.

Ik bleef verder naar fuiven gaan.
Op een dag greep ik al mijn moed bij elkaar en stapte ik op een privéfeestje (een van de weinigen waar ik eens naartoe mocht) vroeg op de avond naar 1 van de vechtersbazen toe. Het was de jongste van de bende, ik had hem niet toevallig gekozen. We hadden een heel goed gesprek. Hij luisterde naar mij en men heeft me nooit meer aangevallen. De schrik is wel nog heel lang na blijven zinderen

Ondertussen weet ik ook dat het bedplassen waar ik zoveel last van had tot mijn 12de jaar vermoedelijk “een loslaten” was van wat ik allemaal meemaakte.
Het stopte toen we op Kempenklassen waren met het 5de leerjaar. Ik herinner het me nog alsof het gisteren was.
Ik heb die nacht heel het bed vol geplast. Het laken zag helemaal geel. Ik schaamde me ongelooflijk en durfde in eerste instantie niet te bewegen, maar iedereen kwam uit bed en ik kon niets meer verbergen, want we lagen met z’n 25-en in dezelfde zaal. Er was hoogstens een halve meter tussen de bedden. Je kan je niet inbeelden hoe snel iedereen wist dat ik die nacht in mijn bed had gedaan.
Als snelstromend water, liep mijn nachtmerrie de deur van de leraars binnen
Tot dan was het nog een geheim dat ik niet met de buitenwereld had gedeeld. De leraar besliste er echter anders over. Hij trok het laken van mijn bed en hing het in het midden van de slaapzaal te drogen. Ik heb nooit meer in mijn bed geplast sinds die dag.

Vele geheimen zagen 45 jaar geleden nooit daglicht. Gelukkig is dit vandaag anders. De daders van toen zullen niet meer gestraft worden, de slachtoffers eeuwig gebrandmerkt en nooit meer vergoed. De pijn die ik (en vermoedelijk nog heel wat andere kinderen) kende in mijn jonge tijd was anders. Naast de fysieke opdoffers die we dagelijks te verwerken kregen, had je ook nog de mentale pijn die je nergens kwijt kon. Sociale media bestond niet. Je kon het enkel tegen jezelf vertellen.
Stilte was vaak al een overwinning.
We mogen blij zijn dat dergelijke feiten geen kans meer krijgen (of toch veel minder) en daar moeten we ons allen aan optrekken.
Het was vaak donker op school ook op klaarlichte dag. Niet alleen omdat de school in zware bouwmaterialen was neergezet, veel meer muren dan ramen had maar ook omdat leraars en leraressen vaak streng en onrechtvaardig waren.
Letterlijk en figuurlijk, een onverlicht deel uit m’n leven.
Het was de tijd van losse handjes, weenflesjes, in de hoek staan, op de knieën zitten met de handen op het hoofd en slaag van de regel krijgen. Deze feiten waren schering en inslag, vooral inslag.
Op de speelplaats zat ik wel vaker in een hoekje na te denken of te wenen, dat weet ik niet meer, overmeesterd door schaduwen van (uit)lachende jeugd.
Het lukte niet elke dag maar ik probeerde zo regelmatig mogelijk grappig te zijn.
Het was mijn enige troef om contact te houden met de buitenwereld.
Ik kon ook wat voetballen, maar als ik met een kapotte broek thuiskwam, kreeg ik daar dan weer slaag voor en werd ik over de vloer getrokken tot het vel van mijn knieën schilferde.

Humor en mijn positieve gedachten hebben een deel van mijn jeugd gered.
Tegenwoordig gebruik ik nog dagelijks wat gek-omschreven woorden, vaak zo ondubbelzinnig dat de wereld ze niet begrijpt. Maar ik begrijp ze en dat is het belangrijkste.

Het is geminderd maar ik hou er nog steeds van om zot te doen.

Mijn humor zit even diep als mijn pijn
Laat me maar eeuwig jong blijven, laat me nu maar beleven wat ik toen nooit kreeg.
Het stukje jeugd dat ik diep heb ingestopt wil ik nu delen met mensen die er nood aan hebben.
Ik wil vooral het positieve delen.
Het is een droom die al zo lang onder het stof ligt

Respect voor alle mensen die wat doen tegen pesten!
Vroeger waren er geen stippen, dan kon je in de wazige mist enkel wat schimmen zien, een paar openingen die naar een uitweg leiden, als je veel geluk had tenminste.
Vandaag is dat gelukkig anders. Pesten krijgt aandacht, Pesters krijgen een gezicht.

Even achteruit kijken is nodig om vooruit te gaan. Om het beter te doen, dan het gene dat je zelf moest ondergaan.
Met een positieve ingesteldheid kan je zoveel meer bereiken, zie je zoveel meer mensen glimlachen.
Vooruit stappen kunnen we enkel door te geloven in onszelf en in de liefde die we willen verspreiden. Door warmte te bezorgen
Laat elke dag aan de mensen weten dat je ze graag ziet.
Geniet elke dag opnieuw, leef alsof het je laatste dag is (zong eens een bekende Nederlander).
Hou van de kleine dingen om je heen, hou van elkaar. Het is cliché, maar het maakt de beleving intenser, mooier en vooral veel boeiender.
Dromen, durven, doen
Trek elke dag een leuke foto voor je gaat slapen en zet ‘m voor eeuwig achter je netvlies.
Hou van mensen. Zoek in iedereen, in elk beeld het positieve.
Zoek naar die kader die naar de achtergrond werd geschoven. Focus niet op de minpunten.
Soms zitten ze diep verborgen, soms onzichtbaar. Maar ze zijn er, die momenten die kippenvel geven. Geloof me.
Twijfel niet, ga voor de dingen die je wil bereiken.
Geef. Uit je hart.

Wat vind je van deze tekst?
Share